De ondergang van de Poelau Bras

Gedurende het begin van de oorlogsjaren vaart Leendert Jan van der Kuijl, in Amsterdam geboren op 8 december 1894, als olieman op de Poelau Bras, een vracht/passagiersschip van de Stoomvaart Maatschappij Nederland te Amsterdam.
Zijn vrouw Anna Catharina Wierink en 7 kinderen blijven achter in Amsterdam.

Met dit schip vergaat hij op 7 maart. Zij naam prijkt (weliswaar met een y in plaats van een ij) op de erelijst gevallenen.

En op het SMN monument op de Java kade.

Alle Nederlandse zeelieden werden aan het begin van de tweede wereldoorlog verplicht te blijven varen door de invoering van de Vaarplicht in juni 1940. Die bepaalde dat alle Nederlandse zeelieden bij wijze van dienstplicht moesten blijven varen, of weer moesten gaan varen.

Op 27 februari 1942 wist de Poelau Bras veilig de haven van Tjilatjap te verlaten. Op 4 maart bereikt ze de Wijnkoopsbaai op Java. Op 6 maart komt er een afdeling van 100 man van de Koninklijke Marine aan boord waaronder de waarnemend Commandant Zeemacht J.J.A. van Klaveren. De Poelau Bras was teruggeroepen om de marinetop te evacueren. Daarnaast komt er nog een grote groep personen aan boord waaronder 28 topfunctionarissen van de B.P.M. en bemanningen van Shell en andere S.M.N.-schepen die al eerder getroffen waren of hun schepen zelf tot zinken hadden gebracht. De Poelau Bras slechts accommodatie voor 56 passagiers en de chaos aan boord is dan ook groot. De Poelau Bras was bewapend met aan stuur- en bakboord een Bofors-machinegeweer in een geschutskoepel en op het achterschip een 4-inch kanon. Op 6 maart 1942 om 20.00 uur verliet ze de Wijnkoopsbaai met als bestemming Colombo. De marinemensen hebben op diverse plaatsen op het schip nog eens 16 mitrailleurs geplaatst ter bescherming bij een eventuele luchtaanval. De machinekamer werd gemaand om maximaal vermogen te leveren om zo snel uit de gevarenzone te komen. Men veronderstelde dat de Poelau Bras rond het middaguur uit het actieradius gebied zou zijn van de Japanse vliegtuigen. Alle bewapende posten waren bezet. Om 10.30 uur verscheen een verkenningsvliegtuig. Het vliegtuig was afkomstig van het vliegdekschip Hiryu.

Om 11.40 uur verschenen er duikbommenwerpers boven de Poelau Bras die de aanval inzetten. In totaal voerden 12 vliegtuigen verdeeld in drie formaties de aanval uit. Ontvluchten was een onmogelijke taak een bom raakte een sloep aan stuurboord en ontplofte op de waterlijn ter hoogte van de machinekamer. Er ontstond een gat en water stroomde de machinekamer in waardoor de Sulzer-motor afsloeg. Als een weerloos slachtoffer dreef ze rond zwaar bestookt door de duikbommenwerpers. Een voltreffer sloeg recht in de schoorsteen en brand brak uit. Het tegenvuur had weinig effect op de aanvallende vliegtuigen. De kapitein gaf order het schip te verlaten waarna hij alleen achter blijft op de brug. Door het aanhoudende mitrailleurvuur van de bommenwerpers durven velen niet via de sloepen van boord te gaan maar springen overboord. Toen de vliegers van de Japanse bommenwerpers begrepen dat het schip ten onder zou gaan begonnen ze de reddingssloepen te beschieten die gestreken werden. Ik mag veronderstellen dat men op de hoogte was dat een deel van de marinestaf aan boord was. Uiteindelijk werden vier van de zeven sloepen vernietigd en konden er slechts drie gestreken worden evenals twee vlotten. Toen deze sloepen nog maar enkele honderden meters van de Poelau Bras verwijderd waren verhief ze zich rechtstandig en zonk snel over de achtersteven weg. Het aantal slachtoffers was slechts bij benadering aan te geven en werd geschat op 240 tot 300 opvarenden. In de drie sloepen bevonden zich 116 overlevenden. Na acht dagen van ontbering, licht gekleed in de brandende zon, karig waterrantsoen en ontstekingen door overkomend zeewater bereikten ze een klein eiland waar voor de branding voor anker werd gegaan. Op het eiland werden vooral kokosnoten als buit mee genomen. Hier blijven had weinig zin en bij de volgende landing bij Semangkabaal op Sumatra werden ze gevangengenomen door de Jappen. Vandaar werden ze per trein overgebracht naar Palembang waar ze een jaar verbleven. Veel van de opvarenden zijn gedurende de oorlogsjaren in kampen om het leven gekomen.

Hierna volgt een stuk uit het boek Wings of Change van Titia Bozuwa, dochter van een marineofficier. Vader is Gerard Bozuwa, commandant van de marine luchtvaart basis in Soerabaja. Het beschrijft het vergaan van het schip. “They were well out to sea when a Japanese reconnaissance plane spotted the Poelau Bras. It wasn’t long before planes swarmed over them, stinging the ship with burst of bombs. Shudders ran through the steel body, the motors stopped running and water gurgled in its bowels. Total panic ensued. The planes kept coming, diving and firing bullets randomly over the ship after they had bombed it.
Three of the twelve lifeboats made it to the sea. The others became inoperable as the planes mercilessy strafed the decks, and even the lifeboats and swimmers in the water.

A woman clutched Vaders’s arm. “Where are the lifeboats?”
“They’re gone. Destroyed.”
“What can we do?” she shouted.
“Jump overboard and swim!”
“We will drown. There is nowhere to swim to.”
Vader looked at her and said, “Better to die trying than to surrender.”

No sooner had he spoken those words than a pistol cracked near him. A Dutch officer slumped to the deck beside him, bleeding profusely. More cracks of pistols. Vader looked at his fellow officers, who had committed suicide or were about to do so. The ship was rolling and pitching. He vaulted over railing into the sea. The ocean was a lot rougher than it looked from the deck. The lifeboats were tossing up and down in the high swells and so were the swimmers in their life preservers, who were desperately trying to reach the boats but were equally petrified they might be shot from air. The Poelau Bras was sinking fast. Her stern was already submerged. Now her bow pointed to the sky the way her masts used to do in better days. Then, while the ocean foamed around her like a bubble bath, the Poelau Bras slid backward and disappeared from sight. A black jet of water shot up high into the air, as though someone below had made a last effort to revive her. It died down to nothing more than a thin column of water that collapsed and fell back to the ocean that had swallowed her. The time was 11:37 a.m., March 7, 1942.

6 reacties op De ondergang van de Poelau Bras

  1. Mijn opa was matroos kanonnier op de Poelau Bras, en heeft 32 drenkelingen vanuit een sloep uit zee gered na de aanval. Na 8 dagen op zee gedobberd te hebben, door de Jappen gevangen genomen. Hij heeft de oorlog overleefd en voor zijn daden het oorlogsherinneringskruis ontvangen.

    1. Dag Jorik,
      Zou graag met je in contact komen. De opa van mijn vrouw (arts V. Droop) zat ook op de PB, en is in een reddingssloep nabij de vuurtoren op Vlakkenhoek aan land gekomen. Hij was arts en heeft in de vuurtoren van Belimbing gewonden verzorgd. Daarna is hij vermist geraakt, nadat hij met met twee mensen van de BPM (voorloper Shell) naar Java probeerde te komen. Heb jij herinneringen (op papier?) van je grootvader?
      Alvast dank, Hans Peter Roersma (hanspeterroersma@ziggo.nl)

  2. Hallo Hans, Jammergenoeg ben ik niet in het bezit van enige correspondentie in de tijd dat mijn grootvader al die jaren krijgsgevangene is geweest. Die periode is één groot mysterie. Enkel een krantenknipsel waarbij en waarom hem de onderscheiding toegekend is, de onderscheiding zelf, en een aantal vanuit de jappenkampen verstuurde kaartjes, die overduidelijk niet door mijn grootvader geschreven waren, met de melding dat hij als POW in goede gezondheid verkeerd. Hij werd destijds door het Brits/Franse Rode Kruis bevrijdt, en heb daar onlangs ook een verzoek neergelegd met de vraag of zij over enige archieven beschikken. Tot op heden hierover helaas nog geen terugkoppeling ontvangen.

    1. Dag Jorik,

      Zag net pas je bericht/antwoord op de site. Ken je het boek ‘Six Bells of Java’ en ‘By Eastern Windows’ van ene William McDougall? Dat was een Am journalist, zat ook op PB, is ook per sloep gered en in jappenkamp terecht gekomen. Wellicht dat deze boeken enig licht schijnen op wat er toen allemaal is gebeurd. Heette je grootvader ook Pronk?
      groet,

      Hans Peter Roersma

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.